Wanneer iemand in de laatste fase van dementie veel slaapt, roept dat vaak vragen op. Familieleden schrikken ervan, twijfelen of het normaal is en vragen zich af of er iets misgaat. Dat is begrijpelijk. Meer slapen voelt al snel als een alarmsignaal. Toch komt het in een vergevorderd stadium van dementie juist vaak voor. Het is een verschijnsel dat veel naasten zien, zeker wanneer iemand lichamelijk zwakker wordt en steeds minder energie heeft.

Juist daarom is het belangrijk om goed te begrijpen wat er gebeurt. Niet om alles "makkelijk" te maken, maar wel om met iets meer rust te kunnen kijken naar wat je ziet. Veel slapen in de laatste fase van dementie is vaak onderdeel van het ziekteproces. Tegelijk blijft het belangrijk om alert te zijn op signalen van pijn, ongemak of een andere oorzaak die aandacht nodig heeft.

Waarom iemand in de laatste fase van dementie meer slaapt

In een latere fase van dementie raakt de hersenschade verder gevorderd. Iemand wordt meestal kwetsbaarder, lichamelijk zwakker en minder actief. Gewone handelingen kosten meer energie. Het lichaam en het brein hebben daardoor simpelweg minder reserve. Meer slapen is dan geen luiheid en ook niet per se een teken dat iemand "opgeeft", maar vaak een gevolg van achteruitgang en toenemende kwetsbaarheid. Alzheimer's Society noemt het zelfs heel gebruikelijk dat iemand met latere dementie veel tijd slapend doorbrengt, overdag én 's nachts.

Daar komt bij dat dementie zelf het slaap-waakritme kan verstoren. Mensen met dementie kunnen overdag slaperiger worden en 's nachts juist onrustiger zijn. Die verstoring neemt vaak toe naarmate de ziekte verder vordert. Daardoor lijkt het soms alsof iemand steeds meer slaapt, terwijl er ook sprake kan zijn van een verschoven of verstoord ritme.

Waarom veel slapen in deze fase zo heftig voelt voor naasten

Voor familie voelt het vaak alsof iemand steeds verder wegraakt. Iemand slaapt meer, reageert minder snel en is minder lang aanspreekbaar. Dat kan verdrietig en machteloos maken. Zeker als je hoopt op contact, een gesprek of nog een helder moment samen. Dat gevoel is heel normaal. Marie Curie beschrijft dat mensen in de laatste dagen of weken van het leven vaak langer slapen en minder bewust lijken van wat er om hen heen gebeurt.

Wat het extra moeilijk maakt, is dat slapen van buitenaf passief lijkt. Maar minder reageren betekent niet altijd dat iemand niets meer meekrijgt. In de laatste levensfase kan iemand soms nog wel iets horen of voelen, ook als reageren nauwelijks lukt. Daarom blijft rustige aanwezigheid vaak waardevol, ook wanneer iemand grotendeels slaapt.

Wanneer veel slapen vaak past bij de laatste fase

In de laatste fase van dementie zie je meestal niet alleen meer slaap. Vaak zijn er meerdere signalen tegelijk. Iemand is brozer, ligt of zit meer in bed, heeft meer hulp nodig bij wassen, eten en bewegen en kan ook slikproblemen krijgen. Alzheimer's Society beschrijft dat iemand in de latere fase vaak erg kwetsbaar is, veel tijd in bed doorbrengt en moeite kan krijgen met slikken.

Als daarbovenop de algemene tekenen van de laatste levensfase komen, zoals meer slaperigheid, minder energie, minder interesse in eten of drinken en minder reactie op de omgeving, dan past veel slapen vaak binnen het natuurlijke verloop van de ziekte. Volgens de NHS en Marie Curie is toenemende slaperigheid een veelvoorkomende verandering in de laatste dagen en weken van het leven, ongeacht de onderliggende aandoening.

Wanneer veel slapen niet alleen door dementie hoeft te komen

Tegelijk is het niet verstandig om álles automatisch toe te schrijven aan dementie. Extra slaperigheid kan ook verergerd worden door andere oorzaken, zoals pijn, infecties, uitdroging, een delier of bijwerkingen van medicijnen. Bij mensen met dementie is dat soms lastig te herkennen, omdat zij minder goed kunnen aangeven wat er aan de hand is. Richtlijnen voor palliatieve zorg bij dementie benadrukken juist dat communicatie over pijn, dorst en ongemak moeilijker kan worden en dat goede observatie daarom belangrijk is.

Dat betekent niet dat je overal direct van moet schrikken. Wel betekent het dat plotselinge veranderingen altijd aandacht verdienen. Slaapt iemand ineens veel méér dan normaal, reageert hij anders dan gebruikelijk of lijkt er duidelijk ongemak te zijn, dan is het verstandig om dit met arts, wijkverpleging of het zorgteam te bespreken.

Wat je als naaste het beste kunt doen

De grootste neiging van naasten is vaak om iemand wakker te willen houden. Uit liefde, uit ongerustheid of omdat je nog contact wilt. Toch is dat meestal niet de beste reflex. Als iemand in deze fase veel behoefte heeft aan rust, is het vaak beter om die rust te respecteren. Marie Curie adviseert in de laatste weken van het leven om iemand te laten rusten en alleen te ondersteunen bij activiteiten als diegene dat nog wil.

Dat betekent niet dat je niets kunt doen. Integendeel. Juist kleine dingen worden belangrijker. Rustig aanwezig zijn. Een hand vasthouden. Zacht praten. Kijken of iemand comfortabel ligt. Lippen verzorgen, mond vochtig houden, de kamer rustig houden en signalen van pijn of onrust opmerken. In deze fase verschuift zorg vaak van "activeren" naar "comfort bieden".

Moet je iemand wakker maken om te eten of drinken

Dit is voor veel families een emotioneel punt. Eten en drinken voelen als zorg, liefde en leven. Toch nemen eetlust en dorst in de laatste fase vaak af. Dat is meestal onderdeel van het natuurlijke proces en niet automatisch iets dat je moet forceren. Palliatieve richtlijnen bij dementie besteden veel aandacht aan de complexiteit van voeding, hydratatie en comfort in de laatste levensfase.

In de praktijk is het meestal verstandiger om aan te sluiten bij wat iemand nog wil en aankan, dan om te duwen. Kleine slokjes, mondzorg en comfort zijn vaak belangrijker dan "genoeg binnenkrijgen" volgens normale maatstaven. Bespreek dit altijd met het behandelteam, zeker als je twijfelt of iemand nog veilig kan slikken.

Wanneer je hulp moet inschakelen

Zoek hulp als je twijfelt of het slapen nog past bij het bekende verloop, of als je signalen ziet van pijn, benauwdheid, koorts, plotselinge verwardheid of acuut ander gedrag. Ook als je als naaste niet weet wat normaal is, is dat al reden genoeg om contact op te nemen. Eindfasezorg bij dementie draait juist om tijdig signaleren, comfort en goede begeleiding voor zowel de patiënt als de familie.

Je hoeft dit dus niet alleen te beoordelen. Bij dit soort veranderingen is het juist verstandig om de huisarts, specialist ouderengeneeskunde, verpleegkundige of het palliatieve team mee te laten kijken.

Beste-Beddengoed.com advies

Wanneer iemand in de laatste fase van dementie veel slaapt, draait alles steeds meer om rust, zachtheid en comfort. Dan wil je dat het bed geen bron van onrust is, maar een plek waar iemand prettig en veilig kan liggen. Zacht en comfortabel beddengoed, een aangename temperatuur en een rustige slaapomgeving kunnen helpen om die laatste fase iets comfortabeler te maken. Bij Beste-Beddengoed.com vind je beddengoed dat bijdraagt aan comfort en zachtheid, juist op momenten waarop rust het allerbelangrijkst is.